De NVAO maakt gebruik van cookies, onder andere om de website te analyseren en het gebruiksgemak te vergroten. Door op 'Cookies toestaan' te klikken, geeft u toestemming voor het gebruik van cookies.

Cookies niet toestaan Cookies toestaan

Tweegesprek Paul Zevenbergen (NVAO) en Erik Martijnse (Inspectie van het Onderwijs) over universitaire lerarenopleidingen

Erik Martijnse (Inspectie, links) en Paul Zevenbergen (NVAO)

Moeten universitaire lerarenopleidingen hun toekomstige opleidingen verbeteren? De meeste visitatierapporten zijn positief over de kwaliteit. De meeste beginnende leraren kijken tevreden terug op hun opleiding. Toch zijn er aandachtspunten. De NVAO en de Inspectie van het Onderwijs presenteren gezamenlijk hun aanbevelingen in de notitie 'Van vertrouwen naar toekomst: de universitaire lerarenopleidingen' (zie rechterzijde pagina). 

Ulo-studenten kiezen voor het onderwijs. Zij nemen een maatschappelijke taak op zich. En geen eenvoudige. “Fantastisch, natuurlijk, deze studenten die graag leraar willen worden. Zij brengen het Nederlandse onderwijs verder,” zegt Erik Martijnse met flonkerende ogen. Martijnse is directeur toezicht hoger onderwijs bij de Inspectie van het Onderwijs. Paul Zevenbergen, lid van het dagelijks bestuur van de NVAO, vult aan: “Laat als ulo-student weten wat je nodig hebt in je opleiding.” Als studenten actief meedenken met vorm en inhoud, komen er betere opleidingen.

Gezamenlijke blik op kwaliteit

Samen presenteren de NVAO en de Inspectie van het Onderwijs hun rapport over de kwaliteit van de ulo’s. Voor het eerst een gezamenlijke notitie. “Over en weer geven we al lange tijd commentaar op elkaars stukken,” zeggen Zevenbergen en Martijnse vriendschappelijk. “Dit rapport leent zich ervoor om twee perspectieven bij elkaar te brengen: de opleiding en de student. Hoe kijken zij aan tegen de kwaliteit van universitaire lerarenopleidingen,” licht Zevenbergen toe.

Meer academisch geschoolde leraren

Volgens de inspectie zijn beginnende docenten in beginsel voldoende voorbereid om aan de slag te gaan in het onderwijs. De accreditatieorganisatie NVAO geeft aan dat de kwaliteit van de opleidingen ook in orde is – op één na. Toch moet er iets gebeuren om meer academisch geschoolde leraren op te leiden en vooral: ze daarna te behouden voor het onderwijs. Want daar hebben de leerlingen recht op. Op verschillende plekken in het land zijn er voor een aantal vakken structureel te weinig leraren.

Veel verschillende routes

Uit de bevindingen van de visitatiecommissies is duidelijk dat opleidingen hun uiterste best doen om goed onderwijs aan te bieden. Zij richten allerlei trajecten in om zo goed mogelijk in te spelen op de behoeftes van de studenten. Voor studenten zijn al die verschillende routes onoverzichtelijk.

Meer differentiatievaardigheid

De studenten zijn tevreden over hun opleiding. Toch vinden zij volgens Martijnse dat zij te weinig vaardigheden hebben geleerd om onderwijs aan te passen aan de behoefte van individuele leerlingen. Deze differentiatievaardigheden zijn behoorlijk complex, maar extra belangrijk sinds de invoering van passend onderwijs. Of een leraar nu voor een vmbo-brugklas of voor 4-vwo komt te staan. Hij zal onderwijs op maat moeten aanbieden.

Verwachtingen vastleggen

Wat heeft een beginnend leraar nodig om voor het eerst voor die havo-4klas te staan? In Venlo? In Den Haag? Of Drachten? Zevenbergen: “Het is nuttig om heel goed met elkaar vast te stellen wat we bedoelen met ‘startbekwaam’. Wat verwachten we eigenlijk dat afgestudeerde ulo’ers kunnen? En wat hoort bij de praktijkervaring die zij daarna opdoen?"

Expertise van schoolleiders

Een goede aansluiting tussen opleiding en beroepspraktijk is belangrijk. Deze gezamenlijke notitie van NVAO en de Inspectie van het Onderwijs is een voorzet. De inspectie sprak met schoolleiders over de universitaire lerarenopleidingen. Martijnse: “Zij zien hoe het de beginnende leraren vergaat. Waar beginnende leraren tegenaan lopen en wat ze aan kennis en vaardigheden tekortkomen." Martijnse ziet graag dat de ulo’s die expertise dichterbij halen. Met de schoolleiding samen kijken wat er goed werkt en wat er nodig is. "Een opleidingsschool werkt bijvoorbeeld beter dan een losse stage."

Plannen voor meer opleidingstijd

De huidige opleidingen zijn doorgaans eenjarige masteropleidingen. Eén jaar om voldoende kennis over het vak én voldoende kennis over didactiek aan bod te laten komen is best krap. Zevenbergen: "De verbinding tussen het vak en het leraarschap. Die moet op een goede manier tot stand komen. Als de aandacht voor beide in balans is, dan versterken zij elkaar." De universiteiten zijn al bezig met plannen om de verschillende varianten te ontwikkelen op dit punt. Zevenbergen en Martijnse: "Zo is er de mogelijkheid om meer tweejarige masters aan te bieden bijvoorbeeld." Een andere mogelijkheid is om post-graduate onderwijs te ontwikkelen.

Meer praktijk in curriculum

De structuuroplossing om de opleidingstijd te verlengen is er één. In de inhoud van het curriculum ligt een andere oplossing besloten, zegt Martijnse. “Hoe laat je de praktijk binnenkomen in deze opleiding?” In zijn algemeenheid is in het hbo de aansluiting op de beroepspraktijk meer een vanzelfsprekend gegeven dan in het wo. Het hele hbo is immers gericht op de beroepspraktijk. “Bij universiteiten is de focus op het beroepenveld veel minder aanwezig.” Dat zorgt bij de ulo’s voor een spanning tussen voorbereiding op het beroep en de eisen die aan een master worden gesteld.

Overleg met beroepsgroep

“Inhoudelijk heel anders, maar ik zie een voorbeeld bij de universitaire rechtenopleidingen”, zegt Zevenbergen. Opleidingen en beroepsgroep overleggen bijvoorbeeld welke kennis en vaardigheden in de opleiding aan bod moeten komen en wat een beginnend advocaat juist leert in de praktijk.”

Doorgaande leerlijnen

Een afgestudeerde ulo-student is niet klaar als hij klaar is met de ulo. Martijnse: "Ruimte bieden voor doorgaande professionele ontwikkeling. Daar ligt een belangrijke sleutel voor docentkwaliteit." Daarom is het zo belangrijk om na te denken over doorgaande leerlijnen. Het zou goed zijn als er meer samenwerking komt tussen ulo’s en middelbare scholen, "juist bij het vormgeven van het traject dat volgt op het moment dat student de ulo heeft afgerond", volgens Zevenbergen.

Uitwisselen

Deze notitie is geen sluitstuk, maar juist bedoeld om het gesprek op gang te brengen en te houden, benadrukken Zevenbergen en Martijnse. Congressen en workshops bieden de gelegenheid om ervaringen uit te wisselen en kennis te maken met goede voorbeelden. Zevenbergen drukt de ulo-studenten op het hart: "Geef aan wat je nodig hebt in je opleiding." Want ideeën van studenten en ervaring van schoolleiders zijn cruciaal om de universitaire lerarenopleidingen te verbeteren.