De NVAO maakt gebruik van cookies, onder andere om de website te analyseren en het gebruiksgemak te vergroten. Door op 'Cookies toestaan' te klikken, geeft u toestemming voor het gebruik van cookies.

Cookies niet toestaan Cookies toestaan

Kwaliteit universitaire lerarenopleidingen voldoende

Na de visitatie van de Nederlandse universitaire lerarenopleidingen (ulos’) in 2014 en 2015, als onderdeel van de accreditatieronde van alle Nederlandse lerarenopleidingen sinds december 2014, heeft de NVAO kunnen vaststellen dat de kwaliteit van deze lerarenopleidingen voldoende is. Bij één instelling is sprake van het toekennen van een herstelperiode.

Dit blijkt uit de systeembrede analyse (zie blok rechterzijde pagina) die de NVAO heeft ontwikkeld na afloop van de accreditatie van de ulo’s in juli 2015. De NVAO publiceert een dergelijke analyse op verzoek van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap na afronding van de accreditatieprocedures van de verschillende lerarenopleidingen. Deze systeembrede analyse betreft de ulo’s. De analyse van de pabo’s werd in juli 2015 gepubliceerd (zie blok rechterzijde pagina) en de analyse van de  tweedegraads lerarenopleidingen verschijnt eind 2016. In 2016-2017 brengen de NVAO en de Inspectie van het Onderwijs een gezamenlijk rapport uit over de lerarenopleidingen waarin de analyses van de NVAO worden aangevuld met onder meer een update van het sectorbeeld van de inspectie.

Uit de analyse van de ulo’s blijkt verder dat deze lerarenopleidingen de studenten in voldoende mate voorbereiden op het leraarschap. De eindkwalificaties van de opleidingen voldoen qua oriëntatie, inhoud en niveau aan de internationale eisen. De curricula zijn over het algemeen degelijk opgebouwd en bieden studenten een overzicht van gangbare didactische modellen en recente wetenschappelijke inzichten. De opleidingen werken intensief samen, al dan niet in de vorm van een opleidingsschool, met de scholen in de regio. De integratie van zowel het praktijkdeel als het cursorisch deel in het curriculum is op deze wijze geborgd. Het toetsbeleid is bij alle instellingen in voldoende mate uitgewerkt.

De NVAO constateert tevens dat de opleidingen op bepaalde punten kunnen én moeten verbeteren. De belangrijkste aspecten die aandacht behoeven, zijn: de visie op leraarschap in functie van het opleiden van nieuwe leraren; het vergroten van de instroom; de kwaliteit van de vakdidactiek en vakdidacticus en de kwaliteit van de eindwerken.

De bevindingen van de NVAO komen in grote lijn overeen met de bevindingen van de panels zoals beschreven in het state of the art rapport Op het snijvlak van academie en professie 1). De NVAO realiseert zich dat op het moment van deze systeembrede analyse door de universiteiten wordt gewerkt aan het vernieuwen van de lerarenopleidingen, het verhogen van de kwaliteit van de nieuw te vormen lerarenopleidingen en het vergroten van de instroom 2) en heeft haar bevindingen besproken met vertegenwoordigers van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de Inspectie van het Onderwijs, de Vereniging van Universiteiten VSNU, de Interuniversitaire Commissie Lerarenopleidingen en de studenten.

Met de plannen en acties die reeds in gang zijn gezet, geven de universiteiten een antwoord op de bevindingen en aanbevelingen van de panels. Met deze systeembrede analyse wil de NVAO inzicht in en overzicht bieden van de staat van de universitaire lerarenopleidingen en een bijdrage leveren aan de kwaliteit van nieuw te vormen lerarenopleidingen.

1) QANU Universitaire Lerarenopleidingen in Nederland, Op het snijvlak van academie en professie. State of the art-rapport, oktober 2015
2) VSNU, Actieplan Lerarenagenda Nederlandse Universiteiten, 14 november 2013